Het curriculum vitae van een gouden bisschop



Yüklə 14,19 Kb.
tarix23.12.2017
ölçüsü14,19 Kb.

HET CURRICULUM VITAE VAN EEN GOUDEN BISSCHOP


Samenstellers: Dr. Jan Peijnenburg, oud-bisdomarchivaris en

Kees van Hasselt, oud-perschef. (Bisdomblad november 2011)
Een 50-jarig bisschopsjubileum is uniek in Nederland. Zelfs wereldwijd is het een buitengewoon jubileum. De enige Nederlander die daar in de buurt kwam, was Jan-Olaf Smit, bisschop in Noorwegen, die als Jan Smit op 29 juni 1922 bisschop gewijd werd in de katholieke St. Lebuinuskerk van Deventer en op 22 juni 1972 overleed. Op een week na gehaald.
De man die nu op het punt staat zijn 50-jarig bisschopsjubileum te vieren is geboren in Nijmegen, op 10 april 1926. Zijn vader was Willem Bluyssen uit Asten, handelaar in koloniale waren en familie van grootgrutter Piet de Gruyter. Hij beleverde geen winkels, maar instellingen en kloosters. Zijn moeder was Rie Gussenhoven uit Nijmegen. De kerk, waarin Johannes Wilhelmus Maria gedoopt werd, was de H. Petrus Canisiuskerk, de Jezuïetenkerk, in de Molenstraat.
De jongeman Jan Bluyssen wist al heel vroeg, na de lagere school, dat hij priester wilde worden, hoewel hij geen baantjes in zijn parochiekerk had als misdienaar of koorknaap. Zijn lagere school, van 1932 tot 1938, was de Antoniusschool in de Verlengde Groenestraat. Omdat hij priester wilde worden en omdat zijn rapportcijfers daar voldoende aanleiding toe gaven, kon Jan in 1938 terecht op het kleinseminarie Beekvliet in St.-Michielsgestel. Zes jaar leerde hij de vakken die bij een gymnasium horen, deed in Amersfoort staatsexamen, en werd in 1944, rond de bevrijding van Zuid-Nederland, toegelaten op het grootseminarie, dat tijdelijk in Tilburg zat. Pas voorjaar 1946 kon het seminarie terug naar Haaren.

Op 3 juni 1950 werd Jan Bluyssen door mgr. W. Mutsaerts priester gewijd in de Sint-Janskathedraal. Zijn eerste standplaats was, van 1950 tot 1952, de H. Lambertuskerk in Veghel, bij de beroemde deken J. Teulings. Na tweeëneenhalf jaar werd hij benoemd tot viceprefect van het kleinseminarie, wat hij tot 1954 bleef. Toen moest hij (zo ging dat in die tijd) aan zijn verdere theologiestudie beginnen aan Angelicum in Rome. Zijn specialisaties waren ascese en mystiek.

Na zijn afstuderen in 1957 was hij viereneenhalf jaar geestelijk leider van het kleinseminarie Beekvliet. En toen maakte op 3 november 1961 bisschop Bekkers bekend dat drs. Johannes Wilhelmus Maria Bluyssen door paus Joannes XXIII was benoemd tot hulpbisschop van het bisdom ’s-Hertogenbosch.

Op 27 december 1961, op het feest van de apostel Johannes, werd Bluyssen bisschop gewijd in een letterlijk vrieskoude kathedraal. Met 35 jaar was hij de jongste bisschop van Nederland en een van de jongste van de wereld. Zijn consecrator (wijdende bisschop) was mgr. W.M. Bekkers. Medeconsecrators waren mgr. P.A. Nierman, bisschop van Groningen, en mgr. P.J.A. Moors, bisschop van Roermond. Bisschop Bluyssen koos als wapenspreuk Quotidie Ministrans, Dagelijks dienstbaar.

Na zijn wijding woonde hij in huize De Braacken in Vught. De eerste jaren deed hij namens bisschop Bekkers, veel kerk- en altaarwijdingen en vormsels. In oktober 1962 reisde hij al met bisschop Bekkers naar het Tweede Vaticaans Concilie dat paus Joannes XXIII in Rome had bijeengeroepen. Hij woonde dat concilie bij van de eerste (11 oktober 1962) tot de laatste dag (8 december 1965).

Mgr Bekkers was tijdens het concilie ziek geworden en op 9 mei 1966 overleed hij. Mgr. Bluyssen werd onmiddellijk gekozen tot kapittelvicaris, waardoor het bestuur van het bisdom gecontinueerd werd. Kardinaal Alfrink leidde de uitvaart van bisschop Bekkers op 14 mei 1966; bisschop Bluyssen hield de predicatie.

Hoewel het geen automatisme is dat een auxiliarius (hulpbisschop zonder recht van opvolging) wordt benoemd tot residerend bisschop, ontving Bluyssen die benoeming wel: op 12 oktober 1966. Ruim een maand later, op 19 november 1966, werd hij geïnstalleerd als Bisschop van ’s-Hertogenbosch. Een paar dagen later, op 22 november, benoemde hij drs J.A.A. van Laarhoven – hoogleraar moraaltheologie aan het Haarense seminarie – tot vicaris-generaal, zijn formele ‘rechterhand’.

Bluyssens opvatting van het bisschopsambt spreekt voor zich: “Verplicht zijn aan het Evangelie, gebonden door trouw aan Christus, wiens opdracht ik heb uit te voeren … die tot mij komt via en vanuit de Kerk”. Maar ook: “De H. Geest verstaan vanuit zijn levende verbondenheid met het Godsvolk … met menselijke meevoelende bezorgdheid en echt christelijke inspiratie.”

Bisschop Bluyssen communiceert met zijn diocesanen via een reeks van publicaties, die allemaal te doel hebben de coherentie in het bisdom te vergroten en de betrokkenheid van priesters en leken op elkaar te verstevigen. In zijn kerstbrief van 22 december 1968, “Samenwerken in overleg” acht hij het meer dan ooit de plicht te voorkomen dat de verwarring van de vernieuwing verduisterend werkt voor ons geloof.

Zijn publicatie “Omwille van het evangelie” van 1 mei 1969 en de publicatie “Naar een nieuwe pastorale samenwerking” uit januari 1971 volgen dezelfde gedachtegang. Ook in de nota “De opbouw van de kerk” uit 1972 dringt hij aan op nauwere samenwerking: priesters en leken moeten elkaar beter aanvullen zodat leken hun eigen zending daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Hij noemt de priester “de onmisbare leider van de geloofsgemeenschap”, maar leken moeten hun eigen plaats innemen in de pastoraal.

Op 15 augustus 1978 publiceert mgr. Bluyssen maar liefst twee ‘gedachtegangen’. “De vele wegen en de ene weg” is zeer herderlijk en dringt erop aan om ook in een verre van volmaakte kerk te blijven zoeken naar de ene Weg van Jezus Christus. In “Naar 1985; bouwstenen voor de pastoraal in het bisdom ’s-Hertogenbosch” houdt hij een bestuurlijk pleidooi voor het vormen van werkgroepen ter ondersteuning van de priesters. In 1983 schrijft hij dan nog de nota “De pastoraatsgroep”, die een actualisering vormt van de nota “Naar 1985…”.

Verder schreef mgr. Bluyssen een reeks van vastenbrieven van hoog gehalte: 1978 “Ik ben de Weg”, 1979 “Ik ben het Leven”, 1981 “Ik ben de Waarheid” en in 1982, zijn laatste vastenbrief “Christus, onze hoop”.

Ook na zijn emeritaat schreef hij veel. Zijn bekendste en meest openhartige boeken zijn de twee versies van “Gebroken wit”, uitgekomen in 1995 en 2004. Ze werden gevolgd door “God, verborgen en nabij” (2002), “Waar liefde vraagt, luistert God” (2004) en het recente, mystieke werkje “De donkere stilte van God” (2009).
Aan bestuurlijke maatregelen en gebeurtenissen op bestuurlijk terrein, heeft Bluyssen ook veel aandacht besteed. In 1967 al moet hij de (intensief voorbereide) sluiting van het grootseminarie Haaren voltrekken. De priesteropleiding gaat naar de theologische faculteiten van Tilburg en Nijmegen, maar veel ‘productie’ hebben die niet. Intussen woont hij van 1968 tot 1970 de zittingen bij van het pastoraal concilie in Noordwijkerhout, waar geweldig veel om te doen is geweest. In 1971 blijkt dat het aantal actieve diocesane priesters in het bisdom sinds 1966 is gedaald van 669 tot 553. Een verlies van rond twintig priester per jaar. In 1982 zijn er nog 389 priesters in actieve dienst.
Intussen verdeelt hij in 1969 het bisdom in de drie vicariaten zuid, oost en west, met drie territoriale vicarissen die bestuurlijke taken hebben in hun vicariaten: drs. J. Martin, drs. A. Ooms en P. Stevens. Hij benoemde eveneens drie bisschoppelijk vicarissen met deeltaken voor het hele bisdom: mgr M. Oomens (voor religieuzen), mgr. L. Rooyackers (oecumene) en de karmeliet drs. Falco Thuis (liturgie en catechese).

Het is januari 1980 als ‘Rome’ besluit na het rumoer van Noordwijkerhout en de opvolging van kardinaal Alfrink door kardinaal Willebrands, de Nederlandse bisschoppen bijeen te roepen voor een bijzondere synode. Bisschop Bluyssen is daarbij aanwezig.


Op 23 maart 1983 ondergaat bisschop Bluyssen een zware hartoperatie, waarvan het herstel niet volledig tot stand kwam. Op 19 november, de 17e verjaardag van zijn installatie, achten zijn artsen zijn ontslag als residerend bisschop van ’s-Hertogenbosch onvermijdelijk. Dat wordt bekend gemaakt op 13 december 1983. Zijn afscheid volgt een half jaar later: op 29 mei en 2 juni 1984. Hij doet aan zijn diocesanen de oproep “De koers vast te houden en de koers te blijven wijzen, de ene Weg, Jezus Christus”.
Bisschop Bluyssen stond, door zijn oecumenische openheid, ook bij de andere kerken hoog aangeschreven. Het was dan ook zijn vriend ds. Nico van den Akker, die bij Bluyssens afscheid in de Sint-Jan op 2 juni 1984 de woorden sprak: “Vriend, Broeder, Bisschop Jan – wees Gode bevolen en blijf nog lang bij ons.” Met deze vriend beleefde de bisschop interessante oecumenische avonturen. In het begin van de jaren ’70 knoopte ons bisdom met de evangelische kerk van Kurhessen-Waldeck vriendschapsbanden aan die nog steeds bestaan. Een ander teken van oecumenische belangstelling was Bluyssens lidmaatschap van een door ds. Van den Akker gestichte Oecumenische Reisclub, die tussen 1976 en 1995 twintig tochten ondernam naar plaatsen die voor de oecumene belangrijk waren. Bluyssen ging 17 keer mee en kwam zodoende in Luthersteden in de DDR, in Willibrords geboorteplaats Rippon in Engeland, in Taizé, in Duitse bisdommen en natuurlijk in Kurhessen-Waldeck.
Emeritus-bisschop Bluyssen, die voor dergelijke avonturen de kracht niet meer heeft, leeft nu in een woning in het klooster Mariënburg in ‘s-Hertogenbosch, waar hij jarenlang pastoraal dienstbaar was aan de zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef (J.M.J.), die op hun beurt de zorg voor hem op zich nemen. En nog steeds heeft hij een goed gevulde agenda. Tot op de dag van vandaag.


Dostları ilə paylaş:


Verilənlər bazası müəlliflik hüququ ilə müdafiə olunur ©genderi.org 2019
rəhbərliyinə müraciət

    Ana səhifə